18 juli 2011 was de dag waarop we echt begonnen mee te doen met de werksters hier in het weeshuis. We aapten ze na, bij wijze van spreken. We volgden hun als ze de vuile kleertjes gingen wassen, daarna konden we het zelf. We keken hoe ze melk bereidden, daarna konden we het zelf. We keken hoe ze de kinderen wasten, daarna konden we het –moeizamer– zelf. Enzovoort. De werksters vertrouwen ons al zeer goed met de kinderen, zo laten ze ons soms uren alleen in de babykamer om te voeden, te troosten, te kleden, te wassen, te verversen. Dat laatste is het meest slopende karwei hier in het weeshuis. De baby’s plassen en kakken om de haverklap! Floor heeft als eerste een douche over haar gekregen en Charlotte is al reeds begroet geweest door gele smurrie (voor diegene die het nog niet doorhebben, de kaka van een baby). In de kamer waar we het meeste inzitten, leven 7 baby’s waarvan eentje van 1 maand oud ongeveer. De namen zijn zeer moeilijk te onthouden, maar we kennen er al een paar: Sri, Brianca, Odidi, Puncha, … We komen er wel nog! Voor de iets oudere geven we bijnamen, dat is het makkelijkst. Er is één baby die op een andere kamer ligt en die noemen we de racist. We zullen het even uitleggen: zodra we in het gezichtsveld van deze baby komen, begint deze te blèten dat het niet meer normaal is. Floor heeft hem al eens kunnen in slaap wiegen, maar elke keer dat racistje één van onze gezichten (dus het ligt misschien aan de blanke kleur) zag, begon het drama all over again. Floor haar geduld werd op de proef gesteld, maar de aanhouder wint. Dat was Floor haar eerste grote uitdaging. De oudere kinderen vinden het blijkbaar zeer plezant om deze baby in onze schoot te werpen en dan het hysterische gehuil aan te horen, wij vinden dat iets minder amusant.
Maandag 18e juli 2011, was er ook een vergadering ter ere van ons, een man die hoofdcommissaris is bij de politie in Orissa en deze zijn zoon. De vergadering was gepland om 11u maar het was iets voor 12u wanneer het echt begon.
De kinderen van het weeshuis en de andere schoolkinderen zaten op de grond samen met de werksters van het weeshuis. Voor hun stond er een grote tafel met 6 glazen en 3 flessen water. Hierachter stonden dan weer 6 stoelen met elk een witte handdoek op (waarom weten we niet, want stof zweet toch net meer?!) die bedoelt waren voor: ons, Mohanty (de “baas” van het weeshuis), die hoofdcommissaris, deze zijn zoon en een buur van Mohanty. Aan de weerszijden van de kamer stonden stoelen waar vele vrouwen op zaten, we vermoeden dat zij de moeders waren van de schoolkinderen.
Mohanty begon te praten en het duurde een tijd voordat we beseften dat hij engels sprak en gericht was tot ons. Het is echt moeilijk om er iets coherent van te maken! Mohanty houdt van speechen maar erg goed is hij niet, hij bleef echt enorm hard plakken op wat HIJ gedaan heeft zoals zijn reizen, zijn dochter enz. Toen liet hij de hoofdcommissaris aan het woord, die echt al veel vloeiender engels en in een boeiende verhaalvorm sprak. Hij had blijkbaar 22 jaar geleden een wees op straat zien ronddwalen en deze heeft hij dan naar hier (SMSS = weeshuis) gebracht. Zo is hij in de ban geraakt van dit weeshuis en van het helpen voor deze kinderen. Zijn zoon heeft ook een kort woordje gevoerd en dat ging vooral over het feit dat hij (zijn naam is Bashuki) veel hoopte te leren van ons wat betreft België enz. Het plan was eigenlijk dat Bashuki elke dag voor 5 dagen lang naar het weeshuis zou komen om ook een beetje te komen helpen en om ons te leren kennen, maar hij is blijkbaar ziek gevallen (een soort allergische reactie) dus bleef het bij dat ene bezoek. Gelukkig, want zo interessant was hij niet.
Toen kwam het moment… Wij werden ook een beetje verplicht om iets te zeggen dus heeft Floor eerst gesproken en dan Charlotte. Wat we zeiden, was vooral gericht aan de kinderen en aan de werksters. We zeiden dat we enorm veel hoopte bij te leren en dat we blij waren dat we hier mochten komen om ons hart te laten groeien. We vrezen echter wel dat de kinderen hooguit een paar woorden hebben begrepen, maar jah, het gaat om het gebaar. Toen begon Mohanty weer in het engels te brabbelen, maar na een tijdje had hij door dat wij niet meer volgden dus vervolgde hij –wat het ook was– in het Urea (hoe je het ook schrijft, het is de taal dat ze hier in deze streek spreken).
Tijdens de vergadering kregen we een soort geschenk doos met een tienuurtje (al was het toen 13u en hadden we echt al honger) in: een vies soort deeg met vieze peper in –Floor had het hier wat moeilijk mee en verslikte zich, dat was eigenlijk nog vrij hilarisch!–, een soort samosa met vieze platte groenten in en een soort kokosnoot-bolletje met enorm veel gesmolten suiker vanbinnen. We hebben enkel dat laatste binnen gekregen.
Na de vergadering heeft de hoofdcommissaris ons nog uitgenodigd om eens binnen een paar dagen naar zijn huis te gaan. Dat zagen we natuurlijk helemaal zitten, want misschien kregen we dan wel nog een wat lekker eten! De rest van de dag verliep normaal, dat betekent (weinig) eten, spelen met de kinderen, baby’s verzorgen en nog eens eten om dan te gaan slapen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten